maandag 9 augustus 2010

Voor jou doe ik wel alsof: ja, ik ben gelukkig

... En daarom neem ik het leven zoals het me toekomt, met alle goede en slechte aspecten die daarbij horen. Ik heb in mijn stemmingswisselingen net iets te vaak tussen 'het leven is wél leuk' en 'het leven is niet om te lachen' gelaveerd, want anders had ik bovenstaande zin niet in een melancholisch moment van berusting kunnen uitkramen. Murw geslagen door alle stemmingswisselingen slijt ik mijn nuchtere dagen tegenwoordig alsof ik aan een heftige dosis lexapro zit. Met een gedegen glimlach hoor ik het geklaag van een steeds minder nabije omgeving aan om alle ellende met één lusteloze armzwaai van de tafel te zwaaien. Maar goed, het leven is wel leuk! Dus. Ja....

En als ik nu niet oppas ga ik ooit ook nog serieus antwoord geven op de vraag of ik gelukkig ben. De vraag is niet alleen de dooddoener van alle dooddoeners, maar ook nog eens zo ongelooflijk nietszeggend dat daar met geen mogelijkheid een serieus antwoord op te geven is in nuchtere toestand. Alleen wanneer je zo ver van het pad af bent dat je vliegende marsmellows ziet, praat met bomen of gelooft in wereldvrede kun je zo'n vraag pas serieus beantwoorden.

De simpelheid die achter de geluksvraag schuil gaat is aan de ene kant zo stuitend dat je het best als een belediging van je intelligentie mag opvatten wanneer iemand je met droge ogen die vraag stelt. Dat in veel gevallen een vertederend en vrouwelijk wezen je die vraag stelt terwijl ze jou handen zorgzaam in de hare neemt maakt het helaas wel wat lastig om een eerlijk antwoord te geven. het vlees is immers zwak en de meeste vrouwen hebben hun bijna onaantastbare onschuld te danken aan het feit dat ze wel vaker met onbegrijpelijke vragen op de proppen komen.

Wanneer je rustig aan de bar hangt met een nieuw opgedane beste vriend die je al een avond aan het vermaken is met mannelijke anekdotes en volle glazen bier waarmee je de jenever soepel kunt wegspoelen mag je wel wat kritischer zijn. Echte mannen stellen immers geen domme vragen en als echte mannen toch domme vragen stellen mogen ze daar met een gerichte hoek op de kaak op gewezen worden. Praat geen poep, spoel je mond en vertel gewoon weer een normaal verhaal over gescheurde cilinders en dito condooms waarbij de ellende zoals altijd weer niet te overzien is.

Aan geluk en gelukkig zijn doe ik niet. Uit principe. En uit principe laat ik al mijn principes los als het vlees op mijn botten me daarom vraagt.

1 opmerking:

  1. Aha. Zo gaat dat dus...
    Ik zal me voortaan meermaals bedenken voor ik die, overigens nog nooit door mij gestelde, vraag zal stellen.

    BeantwoordenVerwijderen

Zowaar een reactie! Dank voor de moeite man of wijf!